Kleppen Stellen

 

Om overmatige slijtage aan de motor te voorkomen is het nodig dat de kleppen juist gesteld zijn. Het gaat hierbij om de ruimte tussen de tuimelaar (bovenop de motor, onder het kleppendeksel) en de klepsteel die omhoog steekt vanuit de verbrandingsruimte. Hier moet iets ruimte tussen zitten, om het uitzetten van het metaal bij warme motor op te vangen. Deze ruimte wordt gemeten in tienden van millimeters, het gebruikte gereedschap is daarom een voelermaat; een setje van plaatjes (de dunste zo dun dat het eerder folie lijkt) metaal van gespecificeerde dikte. Je meet de dikte door de maat tussen klepsteel en tuimelaar te bewegen; te soepel betekent teveel ruimte, te moeizaam betekent te weinig. Pas op bij tuimelaars met rolletjes (een populaire modificatie bij getunede motoren); de rolletjes vergemakkelijken het bewegen van de voelermaat, "trekken" deze als het ware erdoor. Beweeg daarbij dus altijd van links naar rechts.

Kleppen stellen gebeurt over het algemeen bij een koude motor, en dat is ook waar hier vanuit wordt gegaan. Het kan ook bij een warme motor, maar daarbij is de benodigde klepspeling veel kleiner, dus dat komt nog veel nauwer om goed te doen.

Regel van negen

Een bekende methode om te weten welke klep je kunt afstellen is de "Regel van negen". Hierbij is de nummering van de cilinders en (met name) kleppen van belang. Cilinder/klep 1 zit aan de rechterkant (distributie zijde), nummer de kleppen vanaf die zijde van rechts naar links 1 t/m 8.

Draai alle bougies eruit om de compressie te verminderen, dat werkt een stuk gemakkelijker. Je hoeft dan niet zo hard te trekken; je trekt de motor niet makkelijk door de compressie heen.

Schakel de derde versnelling in, zodat de motor is rond te draaien door de auto naar voren en achteren te bewegen. Beweeg de Mini voor- of achteruit totdat er een klep maximaal open gedrukt wordt. (Het punt waarbij, als je verder beweegt de klep weer dicht gaat, en als je terug beweegt de klep ook dicht gaat). Het maakt niet uit met welke klep begonnen wordt, maar houdt bij welke kleppen je al gehad hebt.

De regel van negen houdt in dat dat de nummers van de klep die maximaal open staat en het nummer van de klep waarvan de speling gecontroleerd en gesteld kan worden, opgeteld altijd 9 zijn. Als je klep nummer 1 wilt controleren, dan moet klep nummer 8 op maximaal open staan, bijvoorbeeld. Als je klep nummer 3 wilt controleren, moet nummer 6 maximaal open staan, enzovoort.

Ga net zo lang door tot je alle kleppen hebt gesteld.

Alternatieve methode

Zuigers in cylinder 1 en 4 gaan tegelijk omhoog en naar beneden, zuigers in cylinder 2 en 3 gaan ook tegelijk omhoog en naar beneden.

Als de kleppen van een cylinder op tuimelen staan, dat wil zeggen de inlaat en uitlaat klep elkaar precies afwisselen, dan kunnen beide kleppen van de cylinder waar de zuiger gelijk beweegt (en daarom juist volledig gesloten zullen zijn) gesteld worden.

Deze methode is sneller, omdat je 2 kleppen tegelijk stelt en maar 4 keer de motor in een bepaalde stand hoeft te zetten in plaats van 8 keer. Echter kan deze methode ook minder nauwkeurig zijn en hangt het resultaat af van de vorm van de hiel van de nokkenas (het stuk recht tegenover de nok). De hiel hoort overal precies even dik te zijn en dan werkt deze methode goed.

Klepspeling

Waar moet de klepspeling nu op gesteld worden? De klepspeling voor standaard motoren kan je het beste opzoeken in bijvoorbeeld een Haynes manual. Als je een andere nokkenas gebruikt, dan kan je in de specificaties van de nokkenas opzoeken hoeveel klepspeling er nodig is.

In de Haynes manual staat, voor zowel inlaat- als uitlaatklep, bij een koude motor:

  • All engine types except 12A = 0.30 mm
  • 12A engines = 0.33 to 0.38 mm